De tuin van Zeeland

Eind 19e eeuw verzuchtte een bezoeker van het toen als “De Tuin van Zeeland” geroemde eiland Walcheren:

“Westkapelle bezoeken wij niet. 't Zou ook alleen om den prachtigen zwaren zeedijk zijn, wanneer we derwaarts gingen. De voormalige stad is een weinig betekenend dorp geworden, dat op zichzelf ons niets te zien geeft dan een heerlijk zeegezicht."

Deze nogal geringe waardering was niet helemaal ten onrechte. Want Westkapelle was toentertijd een dorp van armoede en verpaupering, waarin van de toch zo rijke historie weinig was te herkennen. Althans voor outsiders! Want wie de moeite nam zich in het dorp en de Westkappelse samenleving te verdiepen, ontwaarde wel degelijk een rijke cultuur en cultuurhistorie. Ooit was Westkapelle, of Westcappel, zoals het eertijds heette een rijke handelsstad. Al in de vroege middeleeuwen, was de westkaap van Walcheren een centrum van economische en religieuze activiteiten. Volgens de overlevering zou Willibrord hier in het jaar 694 zijn geland en met zijn zendingswerk zijn begonnen. Enkele honderden jaren laten vonden ook de Vikingen hier een beschutte aanlegplaats voor hun drakenschepen en een bruggenhoofd voor hun rooftochten in Zeeland.

Ook in de periode daarna bleef de westkaap een handelsplaats van grote betekenis en hier werd in 1070 dan ook een regionaal kerkelijk centrum gevestigd. Aan deze West-kapel, gewijd aan Sint Willebord en een dochterkerk van de Middelburgse Sint Maartenskerk, dankt Westkapelle zijn naam. 

Middeleeuws Westkapelle

En zoals alle plaatsen van enig belang in de Middeleeuwen kreeg ook Westcappel zijn privileges. In 1223 kreeg Westcappel van Graaf Floris IV van Holland de titel van Poorte, d.w.z. Stadsrechten en een goede toekomst leek verzekerd. Maar bij Middeleeuwse graven hoort wapengekletter en de tussen de graven van Holland en Vlaanderen was er voortdurend gesteggel over het gebied dat als "Bewesten de Schelde" aangeduid werd en waar ook het eiland Walcheren toe behoorde. In 1253 deed gravin Margaretha een ultieme poging om Walcheren definitief in Vlaamse handen te krijgen via een invasie bij Westkapelle. Het Hollandse leger had zich samen met de Westkapelaars verscholen in de duinen toen op 1 juli 1253 de Vlamingen zich nietsvermoedend ontscheepten en op dat moment stormden de Westkapelaars, onder de wapenkreet “Sint Willebord” driest op de vijand in. Deze raakte daardoor zo in verwarring en ontreddering dat het een koud kunstje was voor het leger van de graaf om de Vlamingen volledig te verslaan.
Op de totale Hollandse en Vlaamse geschiedenis is dit feit misschien van ondergeschikt belang, maar deze overwinning was wel aanleiding tot een jaarlijkse plechtige ommegang door Walcheren, een processie, op 4 juli, waarin een kistje met gebeente van Willebord en een splinter van het kruis van Christus zou zijn meegedragen. Uit deze processie is later de roemruchte Westkapelse kermis voortgekomen.

Prooi van de zee

Maar de welvaart en de macht van de rijke stad Westcappel houden geen stand. Bij ieder getij brokkelen langzaam maar zeker de duinen en af. In de jaren 1350-1370 worden de privileges door de landheer weliswaar bevestigd maar dat is eigenlijk niet meer dan de bevestiging van de schijnwelvaart. Want er gebeurde meer. In 1370 kwam er een vuurbaken op de duinen, een bewijs dat het voor de scheepvaart toen al niet zonder gevaar was om Westkapelle in de nacht aan te doen. Het wegschuren van de duinen is in volle gang. Het noodlot is onafwendbaar. De poorters beseffen het gevaar en spoeden zich naar Middelburg en vragen om een “cleen dijkckskijn”. Belangrijke delen van de stad, waaronder de kerk, kwamen buitendijks te liggen en werden uiteindelijk een prooi van de zee.

Westkapelle: dijkwerkersdorp

Aan een periode van welvaart en bloei in de historie van Westkapelle was een einde gekomen. Een nieuw tijdperk was aangebroken, een tijdperk van voortdurende en moeizame strijd tegen de steeds opdringende zee, een tijdperk van omscholing van visser en koopman tot dijkwerker, een tijdperk van wanhoop en bittere armoede. In de lange tijd tussen ongeveer 1450 en 1900 verwerd Westkapelle van een belangrijke stad tot een armoedig dijkwerkersdorp. Waar elders op Walcheren de landbouw het beeld bepaalde, had Westkapelle zijn dijk. De dijk was een allesoverheersend en samenbindend fenomeen maar de middelen van bestaan die de dijk bood waren maar pover. De Westkappelaars compenseerden de armoede met wilskracht en trots en zij slaagden erin een harmonieuze samenleving op te bouwen. Binnen die samenleving ontstond mede door het deels zelfgekozen isolement, een unieke, met tradities omgeven cultuur, die tot op de dag van vandaag voortleeft. Westkapelle was “anders” en is anders gebleven. Een andere geschiedenis, anders in dialect, in klederdracht, met aparte bijnamen, tradities die nog steeds in ere worden gehouden, in kunstuitingen, een eigen volkslied zelfs, kortom in de totale way of life. Je was en bent “Wasschappelaer” en dat zegt genoeg, zowel voor henzelf als voor outsiders.

De culturele identiteit

Mensen die zich in de jaren voor de 2e wereldoorlog voor hun werk in Westkapelle vestigden, waanden zich in een andere wereld. In een andere gemeenschap met andere mensen, andere huizen, andere normen. Een wereld waarover een waas van romantiek hing. Aan deze romantische wereld werd abrupt een einde gemaakt door oorlogsgeweld.Op 3 oktober 1944 en ook nog daarna werd de zeedijk en daarmee ook het dorp getroffen door een geallieerd bombardement, bedoeld om de vaarweg naar Antwerpen in handen te krijgen. Westkapelle en de Westkapelse samenleving werden totaal verwoest.

Maar na een periode van ontreddering en rouw is Westkapelle herrezen. In veel opzichten anders dan vroeger. Maar tegelijkertijd wisten de Westkapelaars ook veel van hun oude cultuur te behouden. Op enkele uitzonderingen na zijn de monumentale gebouwen verdwenen, maar de “andere” Westkapelse way of life bestaat nog steeds. Sterker nog, doordat hun oude dorp had plaatgemaakt voor een nieuw in vele opzichten geheel andere woonomgeving, hechtten de inwoners nog sterker aan hun culturele identiteit.

Waaruit bestaat die Westkapelse cultuur dan wel?

Waar onderscheidt die zich van de de rest van Walcheren?

Dialect

In de eerste plaats is er het aparte dialect dat in idioom, woordenschat, tongval, en zegswijzen voor iedere Zeeuwstalige direct herkenbaar is.

De dijk

D’n diek, zoals ze in Westkapelle zelf zeggen, is een zichtbaar deel van de cultuur. De dijk verschaft Westkapelle en de inwoners hun identiteit, hun raison d’être. Welke inwoner of toerist, wordt niet naar de dijk getrokken, bie een zachtjes ruusend zêêtje en ook als de stormwind loeit en brult? De paalhoofden bepalen het aanzicht van de dijk en die zijn zelfs uitgeroepen tot cultuurhistorische parels.

Klederdracht

De klederdracht is een uitstervend cultuurfenomeen. Wel zijn er veel mensen die voor bijzondere gelegenheden het oude costuum aantrekken. Daarom is het (nog) een levende traditie, die mede bepalend is voor hoe we Westkapelle zien.

FamilienamenIeder dorp met veel eendere familienamen heeft een traditie van bijnamen. Maar de ene bijnaam is de andere niet. Zoals Heineken bier anders is dan Amstel, zo zit er ook verschil tussen de Westkappelse bijnamen met die van andere plaatsen. Je proeft het niet maar ’t is er wel.

Kermis

En natuurlijk heeft Westkapelle zijn kermis, beroemd en berucht in een wijde omtrek. De Westkappelse kermis, beschreven door tal van historici en cultuurvorsers, is een voortzetting van de middeleeuwse “Vrije jaarmarkt”. Je denkt dan al snel aan volks­cultuur, tradities en vooral Breugeliaanse eet- en drinkgelagen. Wel, dat alles is inderdaad nog rijkelijk aanwezig. Voor meer informatie zie de pagina kermis.

Zo is veel van de Westkapelse levenswijze en van de tradities die er hoog worden gehouden, terug te voeren tot het vooroorlogse Westkapelle, de tijd dat het dorp nog door velen als een staat binnen een staat, soms zelfs als de “republiek Westkapelle” beschouwd werd. En eigenlijk is dat nog wel een beetje zo.

Westkapelle is meegegaan met de tijd

Het is een moderne toeristenplaats geworden, met de daarbij behorende moderne leefwijze en de langzaam maar zeker veranderende en soms verdwijnende bijzondere eigenschappen.

December 2011, geschreven door Jan Kaland, Stichting Cultuurbehoud Westkapelle

Westkapelle heeft een eigen (oorlogs-)museum het Polderhuis waar u nog dieper de cultuur in kunt duiken!

oud westkapelleCronyck van SmallegangeWestkapelle jacob van deventerdorpscentrum westkapelle 1990